|
LOCATIEBEHEER
De gevolgde strategie bij toepassing van een locatiesysteem laat zich onderscheiden in een vrije - en een vaste locatiemethode. Beide methoden kunnen binnen 1 systeem functioneel zijn. Een vrije opslagmethode betekent dat de voorraad van een artikel op een volstrekt willekeurige beschikbare opslagplaats kan worden opgeslagen. Omdat in de praktijk het niveau van maximum voorraad van alle artikelen op hetzelfde moment veelal nooit wordt bereikt, kan bij een vrije opslagmethode worden volstaan met een beperkte magazijncapaciteit.
Een vaste opslagmethode betekent dat de voorraad van een artikel op (een) daarvoor gereserveerde vaste locatie(s) kan worden opgeslagen. De grootte van de opslagplaats is afhankelijk van de maximum voorraad per artikel. De magazijncapaciteit wordt bepaald door de som van de maximum voorraden van alle artikelen. Het gebied van de vaste opslagmethode kan worden beperkt door de maximum voorraden te verkleinen en de "overflow" te plaatsen in bulkopslag. Dit betekent dat de vakken met de werkvoorraad regelmatig moeten worden aangevuld. Ter voorkoming van te lange rij-, hef- of loopafstanden kan de vrije opslagmethode worden verfijnd door de "move status" per artikel te volgen en te bewaken. De omloopsnelheid wordt ingedeeld in de klassen A, B en C (fast -, medium - en slow moving). De opslagvelden A,B en C worden ten opzichte van de order input/output strategisch gepositioneerd. De ABC- methode kan zowel horizontaal als verticaal worden toegepast en kan periodiek worden vastgesteld. Daar waar constant wordt geanticipeerd op de "move status" van een artikel kan worden gesproken over een continue ABC procedure. De ver gevorderde software ontwikkeling biedt de mogelijkheid het locatiesysteem geïntegreerd met het voorraadadministratiesysteem te laten functioneren. Het locatiebeheer gaat verder dan alleen het registreren van waar wat ligt opgeslagen. Door het inbrengen van de eigenschappen van de locatie (afmetingen, volume, toelaatbaar gewicht en opslagcondities) en de eigenschappen van het artikel (afmetingen, gewicht en opslagvoorwaarden) kan het locatiebeheer een sturende functie hebben bij de inslag, opslag en uitslag van goederen. De status van de locaties wordt gedurende het proces voortdurend gevolgd en kan tussentijds weer worden bevoorraad. Lege locaties komen in een leeg locatiebestand en worden weer gebruikt als daartoe behoefte bestaat. Locatiecode Het doel van een locatiecode is simpelweg het adresseren van een magazijnartikel. De code wordt veelal in combinatie met de artikelcodering toegepast. In sommige magazijnstructuren wordt de artikelcode als locatiecode en omgekeerd gebruikt. Dat kan bij een beperkt statisch assortiment met een statische voorraad. De locatiecode wordt gevormd door een letter-, een cijfer- en een kleurcode of een mix daarvan en kan afhankelijk van de bedrijfsgrootte en/of wensen de volgende gebieden aangeven:
De voorraad in een lineaire opslag behoeft geen locatienummer en wordt gepositioneerd door een selectieprocedure (bijvoorbeeld barcode gestuurd).
|
|||||||||||||||